Bestuurlijke Optimalisatie en Schaalvergroting: zien we de bomen nog wel ?

Submitted by dylan on vr, 01/27/2017 - 13:26

In de conceptnota bestuurlijke optimalisatie scholen (BOS) tekent minister Hilde Crevits krijtlijnen uit voor meer slagkrachtige schoolbesturen wat ten voordele zou komen van directies, leraren en ondersteunend personeel.   Het doel van de bestuurlijke hervorming is schaalvergroting, geen schoolvergroting, met behoud van de autonomie voor scholen. 

Grotere toekomstige samenwerkingsverbanden zouden ondermeer kunnen zorgen voor een performanter personeelsbeleid, meer werkzekerheid voor startende leerkrachten en een coherenter en breder studieaanbod.   Bestuurlijke optimalisatie zou ook meer kansen bieden voor een versterkte samenwerking tussen leerplichtonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en Centra voor Volwassenenonderwijs.   Deze bestuurlijke optimalisatie zou concreet ingaan vanaf 1 september 2018.
 

Voordelen voor leerkrachten en leerlingen ?

In de conceptnota - maar eveneens in de vele analyse-teksten van allerlei (onderwijs)organisaties - wordt uitvoerig gesproken over ‘besturen’, ‘schaalvergroting’, ‘3 modellen’, ‘middelen’, ‘efficiëntie’, ‘structuren’, ‘administratieve en financiële stimuli’, ‘punten’ en ‘rationalisatienorm’….   De voordelen voor de leerkrachten alsook de leerlingen komen in de conceptnota ieder slechts in drie alinea’s aan bod.    De link met ouders en andere maatschappelijke actoren lijkt onbestaande. 

Waar zijn dan de 'bomen' in dit 'bos' ?

De bomen … die samen het bos vormen van een bloeiende (lokale) leergemeenschap.   Een ‘bos’ is een delicaat ecosysteem dat mee zorg draagt voor de (mentale) gezondheid van lokale gemeenschappen.    Het heeft gewoonlijk een brede biodiversiteit en de verschillende partners in het ecosysteem versterken mekaar en de totaliteit.   Binnen een ecosysteem zijn een diversiteit aan relaties mogelijk en faciliteren actoren mekaar.   

Hoe zit het dan met de ‘mensen’ in het BOS van de bestuurlijke optimalisatie?    Hoe worden lokale leergemeenschappen nu best vormgegeven, zodat de waarde voor leerlingen maximaal is?   En wat als leerlingen niet enkel meer kinderen en jongeren zijn, maar alle lerenden in een lokale gemeenschap?   Kunnen dan de drie dominante modellen die voorgeschreven worden in de conceptnota deze leergemeenschap ook ‘structureren’?    Momenteel worden bestaande scholen en schoolbesturen als uitgangspunt genomen van de nieuwe structuren.   De huidige scholen en schoolbesturen kunnen in de toekomst in verschillende  nieuwe puzzelformaties geplaatst worden, maar wel binnen de vooraf bepaalde drie sjablonen.   Waarom schoolbesturen niet meer vrij laten in de keuze met wie ze (bestuurlijke) relaties wensen op te bouwen, om zo een krachtige leergemeenschap in een lokale context mogelijk te maken?   Schoolbesturen zouden zo bestuurlijk kunnen samenwerken met bv. bibliotheken, ondernemingen, culturele en zorgactoren.    In de conceptnota wordt enkel gesproken over samenwerking met CVO’s en deeltijds kunstonderwijs.    Ook bibliotheken, ondernemingen, culturele en zorgactoren (en nog vele andere actoren …) nemen verantwoordelijkheden op in het meest fantastische leren voor iedereen in een lokale gemeenschap, dus waarom zouden schoolbesturen ook niet kunnen “outreachen” naar andere betrokkenen?

Wat dus als het uitgangspunt, het startpunt als het ware, voor een bestuurlijke hervorming van scholen ‘anders’ zou zijn dan de school of het schoolbestuur zelf?   Wat als we als uitgangspunt ‘lokale leergemeenschappen’ zouden nemen en dan in tweede orde een bestuurlijke optimalisatie zouden opzetten die een zo efficiënt en doelmatig mogelijke organisatie van die leergemeenschap mogelijk zou maken?

Van scholen naar wendbare organisaties die ecosystemen uitbouwen

Samenlevingen van de toekomst worden hoe langer hoe meer gedreven door ‘diepere zingeving en waarde’, structuren ‘volgen’ idealiter.  Met het oog op de toekomst zou onderwijspolitiek niet enkel meer gericht moeten zijn op continuïteit, optimalisering en efficiëntieverhoging maar ook op vernieuwing van het stelsel en structuren die dienend zijn aan de waarde-creatie.    Onderwijspolitiek kan beter inzetten op het stimuleren van de aanpasbaarheid van scholen om zo te evolueren tot wendbare organisaties die ecosystemen uitbouwen in functie van ‘leerwaarde voor de lokale gemeenschap’.   Scholen betonneren in drie dominante stelsels zal de innovatiekracht niet ten goede komen.

Een leergemeenschap heeft immers vooreerst een ‘gezicht’ en is bij uitstek ‘menselijk’: mensen die in ontwikkeling zijn, mensen die op zoek zijn naar zingeving, mensen die van en met mekaar willen leren, mensen met verschillende rollen in dit leren.    Liggen die mensen wakker van drie geframede structuren?
 
Scholen hebben meer dan ooit ruimte nodig om alert in te spelen op lokale ‘onderwijs- en leerbehoeften’.   Ze moeten programma’s en leerwegen wendbaar kunnen aanpassen en innovaties kunnen verwezenlijken.   Innovaties respecteren niet altijd bestaande structuren.  In die zin moeten scholen samen met andere maatschappelijke actoren gezonde en zinvolle ecosystemen kunnen uitbouwen.   Ecosystemen uitbouwen met partners die verschillende vormen van relaties met mekaar onderhouden, maar die mekaar ook wezenlijk versterken.    Wendbare organisatievormen zijn immers een noodzakelijke voorwaarde voor innovatie.

Zoals geweten, vormen de bomen het bos.   Leerkrachten dienen verder gestimuleerd te worden om net niet binnen de grenzen van een bestuurlijke optimalisatie te denken.   De school stopt niet bij een individueel schoolbestuur, een vereniging van schoolbesturen of schoolbestuur met bijzondere kenmerken.   Leerkrachten zullen op eigen kracht meer en meer (vakdidactische) leer-gemeenschappen creëren en actief voeden, gemeenschappen die ver buiten de grenzen van het schoolbestuur gaan (in welke vorm dan ook) en die kennis verspreiden en kennis creëren.    Bestuurders van de toekomst zullen meer dan ooit uit hun bestuurlijke toren komen en in co-creatie met ouders, leerlingen en andere stakeholders een uitdagend leerproject uittekenen.   Via participatieve processen van strategische planning (met een grote mate van inspraak en participatie) zullen ze strategische ontwikkelingslijnen uittekenen om het meest fantastische leren mogelijk te maken.  Ze zullen daarbij garant staan voor ‘good governance’ en de nodige afspraken daartoe maken.   Bestuurders laten zich leiden door integriteit en bescheidenheid.   Ze hebben voortdurend oog voor het publieke belang in de lokale gemeenschap en organiseren dialoog om voortdurend de vinger aan de pols te houden.   Zo bekomt ‘bestuur’ de nodige legitimiteit.    Leerlingen ‘besturen’ op een gelaagde manier mee.   Dat dit mogelijk is merkten we bij ‘domo de refontiro’ meermaals in projecten van strategische planning waar leerlingen in mindere of ver doorgedreven mate mee de strategische lijnen van de school mochten en konden uitzetten.    Ouders tenslotte zijn eveneens leerlingen in het verhaal.

En de overheid, wat doet die in het bos?  De overheid ‘bewaakt’ de grenzen van de vernieuwing : alle scholen moeten immers goed onderwijs bieden en alle lerenden moeten kansen krijgen.   De overheid blijft daarom garant staan voor een verticale controle (bv. via onderwijsinspectie) maar legt daarnaast de nadruk op een horizontale verantwoording die scholen in de toekomst zélf afleggen tov hun stakeholders in de lokale gemeenschap.

BOS kan dan wel mooie intenties hebben vanuit efficiëntiewinsten en doelmatigheidsverbetering maar het zijn de bomen die het bos vormen.    Bomen die in evoluerende ecosystemen niet geframed kunnen worden in drie bestuurlijke modellen.   Bomen krijgen de ruimte om te groeien en wendbaar mooie bossen te vormen.     In Edushock beschreven we het als ‘lighthouses of knowledge’.  

En jij? Deel jouw mening met ons!

Hoe zie jij de bestuurlijke toekomst van scholen in Vlaanderen?  Welke opportuniteiten zie jij binnen het framework van het BOS-verhaal?    Ga in dialoog met ons via pieter@domoderefontiro.be !

Het ‘domo de refontiro’-team heeft een ruime ervaring en expertise in het begeleiden van schoolorganisaties met betrekking tot hun toekomst.   Hoe kan je vorm geven aan het meest fantastische leren van de toekomst voor je leerlingen en medewerkers?   Hoe kan je met ruime betrokkenheid van medewerkers een strategisch plan voor je school vormgeven?  Hoe kan je in het kader van BOS een optimale schoolstructuur voor de toekomst uittekenen?   We gaan graag met jou in co-creatie.  
Contacteer ons om in gesprek te gaan om een procesbegeleiding op maat uit te tekenen.